wol sit op it skiep

Nederlandse vertaling:

Wol zit op het schaap

“Wat wil je drinken?” is een eenvoudige vraag. Toch vond ik die jarenlang lastig.
“Maakt niet uit … wat je maar hebt.” Dat antwoord gaf ik bijna altijd. Niet omdat ik geen voorkeur had.

Een glas fris met ijsklontjes vind ik bijvoorbeeld helemaal niet lekker. Mijn tanden zijn daar veel te gevoelig voor. Maar me aanpassen was makkelijker dan vragen om wat ik liever wilde. Het duurde even voordat ik ontdekte dat de vraag “Wat wil je?” voor mij helemaal niet zo eenvoudig was. Niet alleen bij grote levensvragen, maar juist ook bij de kleine.

“Waar heb je vanavond zin in?”
“Wat heb je liever?”
“Waar word je blij van?”

Toen klonk er ineens een oude uitspraak in mijn hoofd: “Wol zit op het schaap.”
Als kind kwam die geregeld voorbij.
“Ik wil …” Verder kwam ik vaak niet.
“Wol zit op het schaap.” Dat was het dan.

In mijn kindertijd dacht ik daar verder niet over na. Tenslotte zit wol op een schaap. Misschien moest ik er zelfs wel om lachen.

Ik betrap mezelf daar nog altijd op. In een restaurant. Op een verjaardag. Of als iemand vraagt waar ik zin in heb. Mijn mond zegt dan nog vaak: “Maakt niet uit.”
Pas als volwassene vraag ik me af wat ik als kind eens gehoord heb: “Wol zit op het schaap.” Net letterlijk, maar tussen de regels door. Wat heb ik daarvan begrepen? Welke conclusies heb ik getrokken? Waarom was de vraag “Wat wil je?” voor mij zo ingewikkeld geworden?

Nu weet ik dat kinderen heel anders luisteren dan volwassenen praten. Ze zijn meesters in het trekken van conclusies. Alleen kloppen die lang niet altijd. Sinds die tijd luister ik met andere oren naar zulke uitspraken. Ik ben nieuwsgierig geworden.

Wat wordt er eigenlijk gezegd? Hoe wordt het opgevat? Dat zijn echt twee heel verschillende dingen. Welke betekenis heb ik eraan gegeven? En kan ik nog meer van die verhalen herkennen die ooit logisch waren, maar me nu tegenhouden? Ik ontdek steeds vaker hoe verrassend hardnekkig zulke verhalen kunnen zijn.

En misschien zeg ik de volgende keer gewoon: “Doe mij maar zonder ijs.”